Maak kennis met!

Gwendolyne Visser

“Voor de Mattheus Passion mag je me wakker maken.”

Music was my first love and the last. Wil je een cappuccino?  Ik werd door Gwendolyne aan de keukentafel neergezet. Hier schijnt altijd de zon zo fijn naar binnen. Ik ben dol op oude muziek. Chopin is zo mooi, ik speel zelf ook piano. Mijn moeder zat in een muziek groepje, zij speelde piano. Naar deze mensen luisteren vond ik fantastisch. Er was ook een goede zanger bij.

Mijn eerste pianoleraar was een wat oudere man die regelmatig in slaap viel tijdens het lesgeven. De tweede speelde ook orgel in de kerk en had volgens mij godsdienstwaanzin. Regelmatig oefende ik met mijn moeder quatre-mains en dat waren voor mij dierbare momenten. Van mijn spaargeld kocht ik een trompet want dat wilde ik graag spelen. Les heb ik niet genomen, ik toeterde er lustig op los.  Wel heb ik twee jaar klassiek gitaarles gehad op mijn zestiende.

Op de lagere school, nu basisschool, had ik meester Borstlap. Hij was ook dirigent van een knapenkoor. Deze meester gaf muziekles en met hem hebben we dat jaar veel gezongen.

In 1999 ging ik naar Unisono en begon het zingen pas echt goed. Een jaar later zong ik ook bij het  Stadskoor Grave. Zij hebben een repertoire van wereldmuziek. Voor de Mattheus Passion mag je me wakker maken.”

Ook heb ik gezongen met het Projectkoor Heilig Landstichting. Het Allerzielenconcert biedt/bood troost voor nabestaanden. “For all those who mourn…” in Eindhoven heb ik meegezongen met de meezing concerten. We zongen  de Messiah van Hāndel.

Als vrijwilligster zing en speel ik op mijn gitaar voor en met een groep geestelijk gehandicapten. Wij allen beleven daar veel plezier aan.

Gwendolyne bedankt voor je verhaal. Otto 5 maart 2018.

Wim Beeftink

“Het was hard oefenen om foutloos te spelen”

Als je in de Bijlmerbajes hebt gespeeld dan is dat bijzonder. Als je in een indianenreservaat in Zuid- Dakota hebt gespeeld dan is dat heel bijzonder. Wim Beeftink, de vaste pianist van Unisono, heeft een kerkdienst in de Bijlmerbajes opgeluisterd met pianospel en later in Amerika heeft hij op bruiloften gespeeld van studiegenoten.

Kleine Wim , vijf jaar, had last van astma en zijn ouders kregen het advies hun zoon blokfluit te laten spelen. Braaf ging de kleine man aan het fluiten en had daar veel baat bij. “Nooit meer last gehad”, vertelde hij mij. De vader van Wim speelde piano en orgel en toen Wim een jaar of zeven was wilde hij dat ook en ging op pianoles op de muziekschool tot zijn zeventiende. Regelmatig kreeg Wim op zijn “lazer” omdat hij te weinig oefende. De leraar liet Wim kennismaken met jazz en toen kwam de motivatie, “de swing”, weer terug.

Tijdens zijn studie kwam het pianospelen op de achtergrond, maar eenmaal geslaagd kocht Wim van zijn eerst verdiende geld een piano. Cora en Wim  ontmoetten elkaar tijdens een kerkdienst waar zij fluit speelde. Blijkbaar had Wim de juiste toets geraakt want na verloop van tijd gingen zij samenwonen en waren na drie jaar getrouwd. De vader van Cora raakte als muziekdocent behoorlijk van slag en maakte lang geen muziek meer. Cora en Wim hebben vader gevraagd op hun huwelijk te spelen, hij is weer gaan oefenen en heeft voor het paar gespeeld. Door toedoen van het bruidspaar heeft hij de muziek weer opgepakt.

Na wat omzwervingen belandde het stel in Escharen. Aan de bar van de tennisclub ontmoette Wim Toon. Zij raakten aan de praat o.a. over muziek.  Sindsdien speelt Wim al zesentwintig jaar op de piano als begeleider van Unisono. Ook speelt Wim bij de harmonie van Escharen. “Ik woon in Escharen en wil ook deel uitmaken van de gemeenschap”, motiveert hij zijn keuzes. Met veel plezier kijkt Wim terug op een concert in Palazzo en de twee Kerstcd’s die door Unisono en muzikale begeleiding zijn gemaakt. “Het was hard oefenen om foutloos te spelen, maar het is me gelukt”, glimlacht hij met een zekere trots.

De drie kinderen van Wim en Cora zijn gedoopt in de protestantse kerk in Grave en bij deze gelegenheid heeft Unisono gezongen. Zo aanstekelijk voor Gerrie dat zij ook bij het koor is gaan zingen. De spruiten van Wim en Cora hebben de muziek met de paplepel ingegeven gekregen, zij spelen of gitaar of klarinet.

Wim bedank voor je verhaal, 11 november 2017, Otto de Man.

 

Angela Cornelissen

“Leuk ik mag weer”

 

“Dan houd je het toch niet droog, dan rollen de tranen over je wangen,” zegt Angela. Op de trouwerij van Angela en Theo zong haar vader met zijn koor tijdens de Latijnse mis o.a. het Ave Maria. De vader zong in wel drie koren en zingen mocht je gerust zijn passie noemen. De bovenmeester van de lagere school in Beuningen had dat ook: “Hij was  into the music,” glimlacht Angela. Met een kinderkoor zong ik in de kerk met Kerst of met Pasen. En later ging ik met mijn vriendin op blokfluitles bij broeder Willibrord in het klooster van Grave, want wij wilden noten leren lezen.

Met de buurvrouw naar het koor in Escharen en daar ben ik nu 25 jaar bij. Ik vind zingen heerlijk om te doen; leuk ik mag weer. Het was en is voor mij een uitje. Even niet op de kinderen passen, een avondje aan Theo over laten. Een tijd geleden werd de opkomst van de leden van het koor nog bijgehouden. In een jaar was ik nul keer afwezig, dat zegt wel iets hoe graag ik zing. Ik zou best wel vaker een optreden willen, ergens naar toe werken vind ik heel prettig. De schrijver van deze krabbel knikt instemmend.

Ja welke muziek vind ik nou heel mooi om naar te luisteren? Mannenkoren vind ik indrukwekkend, daar luister ik graag naar. Maar ook naar de Moody Blues of The Eagles of Benny Neyman. Als Angela en Otto het hebben over Chris de Burgh dan blijven zij wat langer stil staan bij deze zanger. Het is leuk te ontdekken dat de artiest deze twee mensen aanspreekt.

Mijn jongste zoon speelt gitaar, dat heeft hij zichzelf aangeleerd. Hij heeft een goed gevoel voor ritme en hoort goed of tonen, gezongen of gespeeld, zuiver zijn. Bij zijn oma, mijn moeder, staat nog een piano en daar wil hij heel graag op leren spelen. Als hij straks een huis heeft, verhuist de piano naar hem. “Een piano van oma naar kleinzoon dat is toch heel leuk en mooi,” vindt Angela.

Angela, ik bedank je voor je verhaal en de tijd die je hebt willen vrij maken. Otto 19 juli 2017.

 

Jolande van de Wiel

 

 

 

 

 

 

“Dus ik plak er nog 25 jaar aan vast”

Zingende en dansende oma. Jolande en haar man passen een dag in de week op de kleinkinderen en dan wordt er muziek gemaakt tot groot plezier van de bengels. Zo werd en wordt regelmatig het “Rio Rio” gezongen met de kinderen en nu met de kleinkinderen. Het muziekstokje wordt aan elkaar doorgegeven. In het ouderlijk huis van Jolande werd veel muziek gemaakt, moeder zong en speelde piano en kleine Jolande zong solo tijdens de kindermissen. Later werd erop de bazuin en trompet geblazen en die werden ingeruild voor trommelstokjes en zo blies en sloeg Jolande haar partijtje mee in een dweilorkest vooral tijdens carnaval.

Jolande werd verliefd en kreeg verkering en de wederzijdse gevoelens werden versterkt door Meatlof met zijn “ Paradise by the dashboard light “. En nog altijd zijn de twee bij elkaar en hebben zij het lied in hun hart gesloten. Vier à vijf keer per jaar komen vrienden van Jolande in het pick-up-honk bijeen en dompelen ze zich onder in de “sixties”. Platen worden uit de hoes gehaald en op de draaitafel gelegd en weldra galmen The Beatles of The Eagles door de ruimte. “De hoezen zijn vaak echt prachtig,” vertelt Jolande; “gewoon kunst.”

Jolande en haar vrienden en kennissen zijn opgegroeid met Boudewijn de Groot, Ramses Shaffy en Vicky Brown. Ook Gerard van Maasakkers wordt genoemd en vooral zijn lied over Kamp Vught heeft veel indruk gemaakt.

“Je rijdt elke dinsdag een kleine 30 km voor Unisono,” vraag ik haar. “Toon is een vakman, hij is muziek. Dan hebben we een vaste pianist Wim en Cora fluit af en toe mee bij een optreden; dat maakt het wel heel aantrekkelijk. Dus ik plak er nog 25 jaar aan vast. Toen mijn schoonouders 50 jaar waren getrouwd, heeft het koor voor hen gezongen’’. Zoiets blijft je altijd bij. Niet alleen ben ik dol op zingen. Muziek verbindt en dat mag in deze tijd wel wat meer.”

“Je hebt vast je kinderen ingeënt met muziek” en ik  kijk haar lachend aan. “Zeker, maar nu doen zij er weinig of niets mee. Ik zal je zeggen, naar school moet je, naar muziekles mag je.”

Jolande bedankt voor je verhaal en tijd.

31-mei-2017 Otto.

Tonny Kerkhof

“Beetje op de achtergrond”

 

 

 

 

Jongste van negen kinderen. Moeder op een dameskoor. Er werd thuis weinig aan muziek gedaan. Tonny Kerkhof was een jaar of 10, zat in de 4e klas en ging haar eerste communie doen. Ze zag er beeldig uit in een prachtig jurkje. Rond deze leeftijd is het zingen begonnen, samen met Anne-Marie in een kinderkoor, met elkaar naar blokfluitles, want ja dat zijn zo van die tradities in Escharen, dat hoort bij je opvoeding. Op haar 17e ging Tonny bij het koor en is nog steeds van de partij. “Lage alt,” vertelt zij mij, “beetje op de achtergrond,” vind ik prima.

Aanvankelijk had het koor een leeftijdsgrens, 35 jaar en niet ouder. Na wat turbulentie van de koorleden onderling werd de leeftijdsgrens losgelaten en is de naam veranderd in Unisono. Tonny kijkt met een zekere nostalgie terug op deze eerste periode. “Het was een jongerenkoor met minder leden dan nu, je deed meer samen.” Zo gaat dat met een koor, zo gaat dat in het leven, je verliest je jeugd en je streken.

Tonny is Queen-fan en ze had een “K-dag” toen ze geen kaarten kon krijgen voor een concert in Amsterdam. Aan Bohemian Rhapsody van Queen en aan Bridge Over Troubled Water van Simon en Garfunkel heeft Tonny mooie herinneringen. Zoals velen van ons heeft ook Tonny heel wat te verstouwen gekregen in het leven maar “the show must go on” vertrouwt zij mij haar motto toe. “Niet te ingewikkeld, gewoon plezier in zingen dat is wat ik zo leuk vind aan het koor.” Haar beide meiden heeft Tonny qua muziek gewoon hun gang laten gaan, het komt of het komt niet.

Ik bedank Tonny voor haar aandacht en de tijd die zij heeft willen uittrekken voor het interview. Otto de Man 2 mei 2017.